• Jan Jaap Kassies

Jan Jaap Kassies ontrukt weer een omroepmusicus aan de vergetelheid. Ditmaal portretteert hij pianist/componist/arrangeur Dolf Karelsen.

Door het bladmuziek-digitaliseringsproject dat de Stichting Omroep Muziek sinds 2017 uitvoert komen veel interessante muziekstukken tevoorschijn, vaak geschreven door componisten over wie weinig bekend is. Dat komt bijvoorbeeld doordat de betreffende figuur uitsluitend of vooral bij ‘de radio’ actief was, of doordat er geen of weinig werk van hem is opgenomen of gepubliceerd.
Een voorbeeld uit deze categorie is Dolf Karelsen, van wie twee liedjes zijn gepubliceerd. Hij schreef in de beginjaren van de radio veel muziek voor de AVRO-radio. Op dit moment zijn er 83 kortere en langere composities en arrangementen van de hand van Karelsen in de omroepmuziekcollectie geïnventariseerd; 15 ervan zijn gedigitaliseerd en voor download beschikbaar.
Er is weinig gepubliceerd over leven en werk van Dolf Karelsen. Daarom was het een gelukkig toeval dat in het Hilversums Historisch Tijdschrift Eigen Perk in maart jl. een artikel stond over (o.a.) Dolf Karelsen, geschreven door Kees Bestebreurtje, die bovendien een uitgebreide versie van de tekst ter beschikking stelde. Hierdoor was het mogelijk een wat duidelijker beeld van het leven van Karelsen te vormen.

Dolf Karelsen - portret
Adolphe Jacques Karelsen, op 1 april 1905 in Amsterdam geboren in een joods gezin, studeerde aan het Amsterdamse Conservatorium. Al in november 1924 verscheen een lovende recensie van een concert onder zijn leiding in een krant. Met zijn koor Zang Veredelt gaf hij regelmatig uitvoeringen in Haarlem. Op dit koor leerde hij (de katholieke) Johanna Meijer kennen, met wie hij in 1931 trouwde. Eerder dat jaar was hij als pianist en arrangeur in vaste dienst gekomen bij de omroepvereniging AVRO. In 1933 verhuisden ze naar het Gooi, waar ze achtereenvolgens in Hilversum, Laren, Blaricum en weer Hilversum woonden. Eind augustus 1938 werd hun adres daar Siriusstraat 16. Johanna en Dolf kregen vier kinderen, waarvan één levenloos geboren is. Karelsen werd pianist en arrangeur bij het AVRO-radio-orkest de Decibels. Dit uit 14 musici bestaande ensemble was actief in de jaren 1935-1936. Het werd geleid door de trompettist-zanger Eddy Meenk. (De signature tune van de Decibels, We bring a song for everyone, gecomponeerd door Dolf Karelsen, is te vinden op deze website.) Ook was hij actief in het orkest van Kovacs Lajos (Louis Schmidt) en het AVRO-Orkest. (De eveneens zeer muzikale broer van Dolf, Elie - roepnaam Eddy - speelde in die periode saxofoon, klarinet èn viool in verschillende ensembles.)

Eind 1936 werd David van der Linden, die in 1945 het Metropole Orkest zou oprichten en 35 jaar lang zou leiden, pianist bij de band van Eddy Meenk, die deze vormde na zijn vertrek bij de AVRO. Zijn nieuwe collega’s noemden hem al snel Dolf, omdat hij evenals Dolf Karelsen de gewoonte had om tot op het laatste moment aanpassingen aan te brengen in zijn arrangementen. Van der Linden was er zeer mee ingenomen en werd voortaan altijd ‘Dolf’ genoemd. Korte tijd later ontmoette hij bij de AVRO de man naar wie hij zich had vernoemd. Hoewel Dolf Karelsen tien jaar ouder was raakten ze al snel bevriend. Karelsen nam de rol van mentor op zich.
Na de Duitse inval in 1940 werd Dolf Karelsen vanwege zijn joodse afkomst door de AVRO ontslagen. Hij hield contact met Dolf van der Linden. Hij kwam regelmatig bij hem thuis en luisterde met hem clandestien naar BBC-uitzendingen. In de jaren 1933-1940 werkte Dolf Karelsen als arrangeur mee aan ca. 20 grammofoonplaatopnamen, o.a. van het orkest van Kovacs Lajos en The Ramblers. Een deel ervan werd gemaakt in Berlijn, o.a. in augustus 1939, toen een schlagerpotpourri werd opgenomen met zanger Bob Scholte, getiteld Tip-top.

Victory March (uitgave) - Dolf Karelsen
In mei 1940 schreef Karelsen op tekst van Peggy van Kerckhoven het hoorspel Eens komt de kans… dat ‘door de omstandigheden’ toen niet is uitgevoerd maar op de plank bleef liggen. In 1941 componeerde Dolf Karelsen de V-Marsch (Victorie-Marsch), bedoeld om te spelen bij de bevrijding. In 1942 echter werd Karelsen verraden, opgepakt en gedeporteerd naar Westerbork. Hij is vervolgens op 10 november 1942 op transport naar Auschwitz gezet maar bij Cosel (Polen) is hij met alle mannen tussen 15 en 50 jaar uit de trein gehaald. De vrouwen en kinderen reden door naar Auschwitz. Vandaar is hij vermoedelijk naar doorgangskamp Sint Annaberg gegaan. Vandaaruit werden de gevangenen te werk gesteld in verschillende Duitse concentratiekampen in Polen. Het is niet bekend in welk kamp Dolf Karelsen als laatste heeft verbleven. Zijn overlijden is ‘administratief’ op eind maart 1944 geregistreerd. Echtgenote Johanna overleefde de oorlog, evenals hun kinderen en Dolfs broer Elie.

Karelsens beste vriend bij de omroep, Dolf van der Linden, gaf zijn gestorven vriend een passende hommage: de uitvoering van diens V-Marsch bij het allereerste concert van zijn nieuwe Metropole Orkest, op 25 november 1945. (Zeventig jaar later, bij de presentatie van Bas Tukker's boek Dolf van der Linden - de vader van het Metropole Orkest speelde het orkest het stuk opnieuw, ditmaal onder leiding van Jan Stulen. De opname is hieronder te beluisteren).

Eens komt de kans (artikel) - Dolf Karelsen - Peggy van Kerckhoven

Dolf van der Linden zorgde er ook voor dat de nabestaanden van Dolf Karelsen metterdaad hulp kregen. Voor zijn weduwe werd onder de leden van het Metropole Orkest meermaals een inzamelingsactie gehouden.

In 1958, achttien jaar na het ontstaan, werd Eens komt de kans… alsnog door de AVRO-radio uitgezonden [met o.a. Corry Brokken en Christine Spierenburg, red.]. Beluister/download het op hoorspel.eu.

Nu, weer zestig jaar later, bevinden zich in de omroepmuziekcollectie tenminste 80 werken van Dolf Karelsen die onder het stof vandaan kunnen worden gehaald.

Bronnen:
Bas Tukker – Dolf van der Linden, vader van het Metropole Orkest (Hilversum, 2015)
Kees Bestebreurtje – Siriusstraat: vier huizen, vier verhalen (in: Eigen Perk, jg. 38 nr. 1 (maart 2018))

Met dank aan Joke de Groot-Karelsen

Dit artikel verscheen in kwartaalblad Aether nr. 129.